• Close window

Stowa

Verklarende woordenlijst

Bruin water
De verschillende typen afvalwater worden van oudsher met kleuren aangeduid. Zo staat gemengd toiletspoelwater bekend als zwart water en bad-, douche- en waswater als grijs water. In die traditie is hemelwater later "blauw water" genoemd en urine "geel water". In urinescheidingstoiletten worden de fecaliŽn apart van de urine ingezameld. Het spoelwater met de urine is dan geel water en het spoelwater met de fecaliŽn noemen we bruin water.††

Effectentoetsing
Een effectentoetsing geeft de verschillen weer tussen een alternatieve voorziening† (Nieuwe-Sanitatie voorziening) en drukriolering. In de toetsing worden de effecten van zes onderwerpen vergeleken:

  • totale jaarlijkse kosten
  • volksgezondheid
  • energieverbruik/-winning
  • nutriŽnten-/grondstoffenhergebruik
  • gebruiksgemak bewoner
  • milieubelasting

De toetsing hanteert 5 waarden van -2 tot 2, waarbij +1 en +2 een positief effect weergeven. Bijvoorbeeld +1 geeft lagere totale jaarlijkse kosten, hoger gebruiksgemak en minder milieubelasting weer. De grenzen tussen de waarden zijn niet vastgesteld, waardoor de toetsing enkel een globale indicatie aangeeft.

Organische stof
De organische stof uit afvalwater bestaat voornamelijk uit fecaliŽn, toiletpapier en eiwitten uit urine.

Pompput
Een pompput is een ingegraven gesloten betonnen bak met daarin een pomp. Deze pompt water op van delen van de riolering die lager liggen dan het hoofdriool. Pompputten worden vooral geplaatst in het buitengebied om het afvalwater van de daar aanwezige bebouwing af te voeren. Men spreekt meestal van een pompput als de put slechts 1 pomp heeft en relatief ondiep (minder dan 2,5 meter) ligt.

Robuust systeem
Onder robuust systeem verstaat Saniwijzer een systeem dat ‘fool-proof’ is, weinig beheer en onderhoud vergt en gedurende langere tijd goed blijft functioneren.

Vetvang
Een vetvang scheidt vetten en oliŽn uit afvalwater. De zwaardere delen bezinken op de bodem of worden opgevangen in een slibopvangruimte. OliŽn en vetten zijn† lichter dan water en vormen een drijflaag in de vetvang. De toevoer en de aflaat van de vetvang bevinden zich onder het wateroppervlak, om zo de gevormde vetrijke drijflaag niet opnieuw te mengen met het afvalwater. In een vetvang is een schraper of drijflaagafstrijker aanwezig die de vetlaag afroomt van het afvalwater.

Warmtewisselaar
Een warmtewisselaar draagt energie over in de vorm van warmte. Die warmte wordt overgedragen van het ene medium (lucht, gas of vloeistof) naar het andere. Deze techniek kan dus worden gebruikt om een medium ofwel op te warmen, ofwel af te koelen.