• Close window

Stowa

Beleid

Waterschappen
Alle waterschappen hebben een waterbeheerplan. Hierin zijn de kwaliteitsdoelstellingen voor het oppervlaktewater vastgelegd. In veel gevallen is er ook het beleid ten aanzien van de rioolwaterzuiveringen in vastgelegd. Steeds meer waterschappen hebben bovendien een apart waterketenbeleid: daarmee zoeken ze samenwerking met de zogeheten ketenpartners. Dat zijn vooral gemeenten, maar ook bijvoorbeeld drinkwaterbedrijven.

Gemeenten
Gemeenten legden hun beleid op het gebied van hemelwater, grondwater en afvalwater vast in gemeentelijke rioleringsplannen (GRP). Hierin zijn naast een systeembeschrijving en beheermaatregelen ook de investeringen in het rioolsysteem voor de komende jaren opgenomen. Met de nieuwe omgevingswet verandert dat en is een GRP na aflopen van het Bestuursakkoord Water (in 2020) niet langer verplicht.

Afstemming
De samenwerking tussen gemeenten en waterschappen kwam de afgelopen jaren geleidelijk aan steeds beter op gang. In 2010 hebben de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de Unie van Waterschappen afspraken gemaakt over een verdere optimalisatie in de waterketen. Die afspraken zijn inmiddels uitgewerkt in het Bestuursakkoord Water (2011) en in de Routekaart Waterketen 2030. Zie de websites van VNG en de Unie van waterschappen. De meeste gemeenten en waterschappen stemmen het rioleringsbeleid en het zuiveringsbeleid nu beter op elkaar af door middel van een OAS (optimalisatie-afvalwatersysteem-studie).

Daarnaast hebben overheden, bedrijven en instellingen afspraken gemaakt over energiebesparing in de Meerjarenafspraak Energie.

Landbouw
In het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer tenslotte hebben de waterbeheerders, de land- en tuinbouworganisaties (LTO) en de ministeries van Economische Zaken en van Infrastructuur en Milieu afspraken gemaakt over een actievere rol van de landbouw in het toekomstig waterbeheer.

De Toekomst
De Omgevingswet bepaalt dat de huidige structuurvisies en milieubeleidsplannen opgaan in de omgevingsvisie, waarin op hoofdzaken het integrale beleid voor de fysieke leefomgeving staat. Per gemeente komt er een omgevingsplan waarin de huidige bestemmingsplannen plus de gemeentelijke verordeningen met regels over de leefomgeving worden opgenomen. Verder komen er omgevingswaarden. Dat zijn meetbare of berekenbare maatstaven voor de staat van de fysieke leefomgeving.

Het hele bouwwerk aan beleid en regelgeving op gebied van stedelijk waterbeheer moet opnieuw zijn plek vinden. Daarin passen ook nieuwe afspraken tussen waterschappen en gemeenten met betrekking tot het afvalwaterbeheer.