Saniwijzer

Nieuwe sanitatie in de praktijk

Geschiedenis

Ontwikkelingen in het afvalwatersysteem zijn van alle tijden. Eerst kwamen er tonnetjes voor de inzameling van menselijk afval. Vanaf het begin van de vorige eeuw werd het afvalwater via riolen naar de rand van de stad afgevoerd. Toen kwamen er zuiveringen. Nu willen we energie en grondstoffen terugwinnen. Dat betekent dat we ons moeten herbezinnen op de bruikbaarheid van de huidige infrastructuur voor het bereiken van toekomstige doelen.

De waterketen anticipeert steeds op nieuwe ontwikkelingen, of het nu om volksgezondheid gaat of om klimaatverandering.

Nieuwe sanitatie is de volgende stap in deze ontwikkelingen.

Lust en last

Sinds mensen in grotere groepen bij elkaar zijn gaan wonen, is de menselijke ontlasting een lust (vruchtbare mest) én een last (verspreider van stank en ziektes). Het oude Rome kende riolen en de menselijke ontlasting werd als mest op het land gebruikt.

Ook in Nederland voert men al sinds de middeleeuwen de urine en fecaliën af. Eerst via open rioolsystemen (grachten, rivieren) en later werd het in tonnetjes ingezameld en als mest over de akkers verspreid. In de Tilburgse en Leidse wolindustrie gebruikte men de urine bij het vervilten van wol. De urine werd in kruiken ingezameld. Nog steeds heten de Tilburgers met carnaval ‘Kruikenzeikers’.

Foto - geschiedenis - kruikenzeiker // kruikenzeiker.jpg (61 K)
Foto: Kruikenzeiker in Tilburg

Aanleg van riolering

Met de groeiende verstedelijking tijdens de industriële revolutie werd het stadswater steeds vuiler. De stedelingen werden geplaagd door stank en uitbraken van besmettelijke ziektes. De oplossing werd gevonden in gesloten rioolsystemen die het afvalwater tot buiten de stad afvoerden. De opkomst van de communale drinkwaterleiding, aan het eind van de negentiende eeuw, verbeterde de volksgezondheid verder.

Midden jaren tachtig van de vorige eeuw was de riolering in Nederland in het stedelijk gebied compleet. Al het hemelwater en afvalwater, maar onbedoeld ook veel grondwater, werd door het riool afgevoerd. Steeds groter werd de hoeveelheid afvalwater die in het buitengebied werd geloosd. Het leidde tot eutrofiëring en zuurstofloosheid van het oppervlaktewater, waardoor al het leven er uit verdween.

Zuiveringsinstallaties

Om daaraan het hoofd te bieden, werden overal rioolwaterzuiveringsinstallaties gebouwd. Aanvankelijk verwijderden die vooral organische stof, later ook de vermestende stoffen (nutriënten) zoals nitraat en fosfaat. Toen het opvangen en zuiveren van het afvalwater van de steden grotendeels was geregeld, was in de periode na 1970 het buitengebied aan de beurt. In grote gebieden werd drukriolering aangelegd. Waar dat niet rendabel was, kwamen er kleine individuele zuiveringssystemen (IBA-compactsystemen).

Aan het eind van de twintigste eeuw ontstond het besef dat het systeem zoals zich dat in de maatschappelijke context had ontwikkeld, niet erg duurzaam is en bovendien inflexibel. Het systeem heeft een hoog water-, grondstoffen- (met name chemicaliën) en energieverbruik. Bovendien worden waardevolle grondstoffen en energie niet teruggewonnen maar simpelweg geloosd.

Nieuwe sanitatie

Onder de noemer ’nieuwe sanitatie’ zijn sinds het eind van de vorige eeuw vele onderzoeken en experimenten gedaan. Daarbij is nagegaan of met scheiding van stromen en met een decentrale aanpak duurzamere concepten konden worden ontwikkeld. Inmiddels lopen er velerlei onderzoeken en experimenten, zowel op centrale als decentrale schaal om na te gaan hoe we ons totale afvalwatersysteem duurzamer kunnen maken. Uitgangspunt is dat afvalwater geen afval is, maar een grondstof waar we energie en nutriënten uit kunnen halen. Echte icoonprojecten in dit verband zijn Pharmafilter, de Energiefabriek, Saniphos en WaterSchoon.

Een overzicht van vele projecten in Nederland en enkele in het buitenland vindt u hier.

Terug